Close

Nora Spreekt!

#02 Tanya Hoogwerf - 25 februari 2018

1. Context van Hoogwerfs uitspraak

“Vrouwelijke politieagenten moeten een hoofddoek kunnen dragen, vindt het ‘links-islamitisch verbond’ in Rotterdam. Tot teleurstelling van PvdA, GroenLinks, NIDA en SP verwierp een meerderheid van de Rotterdamse gemeenteraad donderdag een voorstel daartoe,” staat vermeld op de website van Elsevier. In het artikel komen diverse meningen aan bod, maar die van Leefbaar Rotterdam raadslid Tanya Hoogwerf, springt er uit. Zij geeft de kwalificatie “symbool van onderdrukking” aan de hoofddoek, en vindt dat reden genoeg om politieagenten geen hoofddoek te laten dragen.

2. Context van Nora's antwoord

Een student vroeg eens aan Averroes (Ibn Rushd, d. 1198); “Wat dan, is de beste samenleving?” Averroes antwoordde daarop: “Eentje, waar elke vrouw, elk kind en elke man alle middelen krijgen om hun God-gegeven capaciteiten te ontwikkelen.”

Regelmatig ontstaat in Nederland ophef over de hoofddoek, zoals rond de politiemedewerker Sarah Izat. Nederlanders met hoofddoek lijken beperkt te worden in hun doen en laten. De tegenopinie, vooral verwoord door rechts Nederland, stelt op haar beurt dat juist ‘de islam’ beperkend is.

Moslima’s volgen de laatste jaren steeds vaker een universitaire opleiding en nu nemen die studenten deel aan het arbeidsproces. Deze emancipatie zal in de samenleving ook zichtbaar worden. De ideale samenleving van Averroes, waar zelfontplooiing als (‘westers’) ideaal centraal staat, schrijft voor dat niet gekeken wordt naar uiterlijkheden, maar naar kwaliteit en functionaliteit.

In de discussie over uiterlijke kenmerken zoals de hoofddoek gaat het over het neutraliteitsprincipe. Het College voor de Rechten van de Mens heeft hier onlangs, in de zaak Sarah Izat, over geoordeeld: “Zij vervult een administratieve taak. Het doel van de beoogde uitstraling – in de zin van het vermijden van een mogelijke schijn van niet-neutraliteit of niet-objectiviteit – is maar in geringe mate aan de orde. Het politiekorps toont daarom niet aan dat het verbod echt nodig is.” Dit advies heeft het politiekorps naast zich neergelegd.

Het neutraliteitsprincipe gaat dus over de basishouding in handelen en betreft geen schijn-uniformiteit in het uiterlijk van mensen. Er is een verschil tussen ‘neutraal handelen’ en ‘neutraal zijn’. Als de mens zelf neutraal dient te zijn, zou dat suggereren dat er twee soorten mensen bestaan: de neutrale en de niet-neutrale. De neutrale mens is de superieure mens, want hij is de niet-neutrale mens (met zijn religieuze uitingen en dus niet-neutrale handelingen) ontstegen. De tweedeling tussen ‘neutraal’ en ‘niet-neutraal’ gebeurt dan op basis van uiterlijke kenmerken in plaats van basisprincipes in het handelen.

Als we de emancipatie van alle Nederlanders voorstaan is het raadzaam om belangrijke functies in de samenleving een afspiegeling te laten zijn van diezelfde maatschappij. Het leidt tot herkenbaarheid en vertrouwen. Misschien kan de discussie over de hoofddoek omgedraaid worden: graag een neutrale houding ten opzichte van de hoofddoek. Dan kan een samenleving ontstaan, waarin vrouw, kind en man de middelen krijgen om hun capaciteiten te ontwikkelen.

Meer van Nora