Close

Nora Spreekt!

#06 Nadia Ezzeroili - 2 maart 2018

  • 47
  •  
  •  
  •  
    47
    Shares

1. Context van Ezzeroili's uitspraak

2. Context van Nora's antwoord

Het viseren van moslims in verkiezingsprogramma’s, etnische zuiveringen tegen Rohingya moslims in Myanmar, het belagen van vrouwen met een hoofddoek, brandstichting met terroristisch oogmerk bij een moskee, het voorstellen om de migratie van moslims of van mensen uit zogeheten islamitische landen in te perken. 

Het zijn allemaal heel verschillende fenomenen en toch hebben ze wat gemeen. Het patroon dat hierachter zit gaat in alle gevallen om het bejegenen van moslims op basis van stereotype ideeën over islam en/of de religieuze, nationale of etnische identiteit die wordt verbonden met dat stereotype idee over islam. Islam wordt daarbij enerzijds beperkt tot een ‘idee’ (en dat kun je in een vrije samenleving bekritiseren en bespotten) of islam wordt uitvergroot tot een magische kracht die ‘onze’ cultuur zou bedreigen.  Dit patroon dat uiteindelijk neerkomt op vijandigheid en afkeer van moslims, staat bekend onder verschillende namen: islamofobie, moslimfobie, anti-moslim racisme, moslimhaat, islamkritiek, enzovoorts.

In de wetenschap is de term islamofobie al enige tijd de leidende term om dit patroon aan te duiden, te onderzoeken en te bespreken. De term is, voor zover bekend, afkomstig uit de Franse taal en raakte zo rond 1910 voor het eerst in gebruik. De term moslimfobie is recenter, maar wordt minder gebruikt. Sommige academici geven hier de voorkeur aan omdat het uiteindelijk gaat om moslims en niet om islam (hoewel dat dus ook bij islamofobie het geval is). De term moslimhaat wordt vooral gebruikt bij ernstige gevallen van geweld omdat, zo is de redenering, geweld voortkomt uit haat en de term fobie geweld zou bagatelliseren.

In populair spraakgebruik staat de term fobie immers voor (irrationele) angst. In studies naar islamofobie wordt dat echter anders uitgewerkt: afkeer en vooroordelen ten opzichte van moslims op grond van een stereotype beeld van islam. Dat de taalkundige betekenis van een term niet helemaal in overeenstemming is met het gebruik van de term is natuurlijk niet zo bijzonder, dat zien we ook bij xenofobie, homofobie en anti-semitisme. In sommige studies wordt islamofobie of moslimfobie gelijk gesteld aan anti-moslim racisme. Daarmee wordt enerzijds het systematisch karakter van dat onderscheid tussen wij en zij tot uiting gebracht en onderzocht en anderzijds wordt daarmee aangegeven dat het uiteindelijk altijd gaat om stereotype beelden over moslims, hoe zij er uitzien en hoe ze daarom bejegend moeten worden. Zo kunnen ook sikhs en joden het slachtoffer worden van islamofobe agressie op straat: omdat zij er voor de dader uitzien als moslim.

Uiteindelijk gaat het altijd om interacties waarbij grote groepen moslims over één kam worden geschoren op basis van een idee over islam. Als dat gebeurt is er eigenlijk bijna altijd sprake van islamofobie en zeker als daarbij vervolgens specifieke beleidsmaatregelen tegen moslims worden voor gesteld, gewelddaden tegen moslims worden gepleegd, dehumaniserende uitspraken over moslims worden gedaan enzovoorts.

Auteur: Martijn de Koning.

  • 47
  •  
  •  
  •  
    47
    Shares

Meer van Nora