Close

Nora Spreekt!

#12 Semi-feminisme - 9 maart 2018

  • 38
  •  
  •  
  •  
    38
    Shares

1. Context van de uitspraak

In de uitzending van Nieuwsuur van 7 maart 2018 was er een item te zien over Zineb el Rhazoui, die op dit moment in Amsterdam is om de Nederlandse vertaling van haar boek te promoten. Nieuwsuur introduceert haar als journaliste en feministe die al haar hele leven strijdt tegen de druk van de islam. El Rhazoui zegt: “Vrouwen die zeggen dat ze de vrijheid moeten hebben een hoofddoek te dragen zitten er naast. Het is een instrument van onderdrukking.”

2. Context van Nora's antwoord

El Rhazoui beschrijft een vorm van onderdrukking die zeker aanwezig is in de wereld. De vraag is echter of het hierbij daadwerkelijk gaat om een ‘druk van de islam’. Is het niet eerder een patriarchale druk die juist door islamitische feministen bestreden wordt? Een feminisme, dat de vrijheid van religie weet te verenigen met gender-rechtvaardigheid en vrijheid. En vrijheid is waar het El Rhazoui toch ook om gaat.

Toch strijdt ze tegen de hoofddoek: “Ik wil geen hoofddoek dragen. Ik wil vrij zijn,” zegt ze. Dit is een legitieme claim. Maar even legitiem is de claim: “Ik wil een hoofddoek dragen. Ik wil vrij zijn.” Vreemd genoeg lijkt dit voor El Rhazoui geen vrijheid te zijn.

Over vrouwen voor wie het dragen van een hoofddoek wel degelijk een vrijheidspraktijk is, zegt ze: “Ze willen niet alleen dat het mag, maar dat het wordt genormaliseerd en dat het gezien wordt als iets goeds. […] ik kan dat kledingstuk niet als normaal beschouwen zolang er vrouwen worden gegeseld in Iran en Saoedie-Arabië omdat ze hem niet dragen.”

De Iraanse vrouwen worden regelmatig als argument ingezet om de ‘vrouwenonderdrukking door de islam’ te ‘bewijzen’. Hun decennialange protesten tegen de verplichte hijab — pas recentelijk door westerse media opgepakt — worden vooral nu gebruikt om te ageren tegen ‘de islam’. Wat voor het gemak weggelaten wordt is dat de Iraanse vrouwen niet tegen de hijab vechten, maar tegen de verplichting die te dragen. Ook vechten ze niet voor keuzevrijheid, maar voor iets dat veel groter is, namelijk echte vrijheid. Dat is de vrijheid om aan de eigen moraliteit kritisch en soeverein invulling te geven. Het is de vrijheid om over zichzelf te beschikken. Het is dezelfde vrijheid waarvan Europese moslimvrouwen gebruik maken als ze een hoofddoek dragen. Volgens Amnesty International kan “[h]et individuele recht op zelfbeschikking […] gezien worden als een element van de persoonlijke vrijheid, en daarmee als een grondslag van de mensenrechten.”

El Rhazoui stelt op te komen voor de rechten voor de moslimvrouwen. Maar hoe kan iemand die het zelfbeschikkingsrecht van moslimvrouwen achterwege laat, claimen op te komen voor hun rechten?

Sterker nog, ze wil hun vrijheid juist inperken. In een interview zegt ze hierover: “[W]e kunnen de hoofddoek niet als normaal toestaan. Vrouwen die zeggen dat ze de vrijheid moeten hebben die te dragen zitten er naast. Het is een instrument van onderdrukking.” Het punt is dat het volledig oninteressant is of iets ‘normaal’ is of niet. Er bestaat immers geen objectief — in de zin van de mens overstijgend — criterium voor ‘normaliteit’. Bovendien is het opmerkelijk dat El Rhazoui de logica, en dus betekenis, van het begrip ‘vrijheid’ omdraait in nota bene het beperken van vrijheid. Vrijheid en beperking sluiten elkaar per definitie uit.

Hieruit kan worden geconcludeerd dat niet de hoofddoek, maar El Rhazoui’s strijd tegen het zelfbeschikkingsrecht van moslimvrouwen een instrument van onderdrukking is. Vrouwen die te lijden hebben onder onderdrukking hebben júist die vrijheid nodig.

  • 38
  •  
  •  
  •  
    38
    Shares

Meer van Nora