Close

Nora Spreekt!

#13 Theo Hiddema - 11 maart 2018

  • 33
  •  
  •  
  •  
    33
    Shares

1. Context van de uitspraak

Journalist Moszokowicz, die duidelijk laat merken geen hoge pet van de islam te hebben (“Ik gun het jonge moslims om zich los te maken van de verstikking van het geloof”), had een interview voor het blad Nieuwe Revu met de nummer twee van Forum voor Democratie, Theo Hiddema.  

Hiddema stelt in dit interview onder andere: “Wij vinden dat je nu geen ongebreidelde immigratie moet hebben, omdat je te veel mensen uit moslimlanden krijgt. Dat ondergraaft het democratisch welbevinden van een volk. Want mensen uit dat soort landen gaan uit van groepsdenken.”

2. Context van Nora's antwoord

Volgens Hiddema hebben ‘wij’ ons in de jaren ’60 vrijgemaakt van religie en verzuiling en moeten we dus niet ‘massaal mensen […] importeren die totaal geen democratische historie van verdraagzaamheid naar afwijkende culturen of geloven hebben…’ Het gaat dan mis volgens Hiddema vanwege die groepsdwang en religieuze groepsloyaliteit. ‘Het gaat allemaal vanuit groepsdwang. Dus als er vanuit religieuze groepsloyaliteit politiek wordt bedreven, dan ondergraaft dat ons democratisch proces.’

Tegelijkertijd stelt hij in dat interview de ‘islamitische afkomst’ van mensen nooit als hinderlijk ervaren te hebben in de omgang met mensen ook al is ‘Hun cultuur […] doordrenkt van religieuze instincten, overtuigingen en meningen waar te pas en te onpas een beroep op wordt gedaan. Dat is toch een culturele liaison van jewelste. Je kan niet de Koran abstraheren van de mensen die die Koran allemaal lezen. Maar als ik bij mijzelf te rade ga, dan kan ik je zeggen dat ik na veertig jaar ervaring als advocaat wel degelijk gemeenschappelijk gedrag van Marokkanen kan verklaren naar hun cultuur.’

Wat is ras?

Het interview met Hiddema laat uitstekend zien hoe een perceptie van verschillende culturele kenmerken van tussen groepen door hem tot een raciaal verschil wordt gemaakt. Wat een ‘ras’ precies is en wat de grenzen zijn tussen verschillende rassen, zijn menselijke constructies die altijd te maken hebben gehad met ideeën over biologische en culturele factoren. Naast ideeën over bloedverwantschap, schedelomvang en huidskleur, ging het ook om ideeën over wat de natuurlijke leefomgeving van groepen was, taal, kleding, voedsel en attitudes van mensen die bijvoorbeeld aan huidskleur werden gekoppeld. 

Natuurlijk zijn er verschillen tussen bevolkingsgroepen, maar inmiddels heeft de wetenschap laten zien dat die verschillen vloeibaar zijn en niet absoluut, dat deze verschillen historisch en cultureel gegroeid zijn en dat ras als exclusief biologisch gegeven niet bestaat. Dat gegeven heeft echter niet het denken in termen van ‘ras’ verminderd, alleen veranderd. Het is nog steeds aanwezig, getuige ook de uitspraken van de leider van Forum voor Democratie, Thierry Baudet, over het behoud van de ‘blanke dominantie en cultuur’ (en ook daar zien we de samenhang tussen ideeën over groepsidentiteit, kleur en cultuur). Niettemin wordt het heel nadrukkelijk spreken in termen van biologische kenmerken wordt vrij breed afgewezen, veroordeeld en bespot.

Groepsdenken en cultuur

Wat echter nog vaak gebeurt, en hier is Hiddema geen uitzondering, is het verbinden van groepsdenken en identiteit met ideeën over culturele kenmerken. In deze manier van denken zouden bijvoorbeeld Chinezen een heel andere cultuur hebben dan wij en daarom gedragen en denken Chinezen zich heel anders dan wij. Een idee over cultureel verschil wordt dan een verklarende factor voor het gedrag van meer dan 1 miljard mensen, of ze nu in China wonen of niet, of het nu mannen of vrouwen zijn, jong of oud, hoog- of laagopgeleid, enzovoorts. En vroeg of laat komt het biologische denken ook weer om de hoek kijken, want hoe weet men nu of iemand Chinees is? Dan kijken we toch naar uiterlijke kenmerken.

Deze culturele racialisering van mensen is, zoals gesteld, niet exclusief voor Hiddema. Onderzoek naar veranderingen in het integratiebeleid laat zien hoe het verbinden van ideeën over cultureel verschil met nationale identiteit en met migrantengroepen, bepalend zijn geworden in het politieke denken over integratie in de laatste 20 jaar.

In het bijzonder ideeën over de cultuur van moslims zijn daarbij zeer belangrijk geworden en meestal gaat het dan om moslims uit het Midden-Oosten. Het idee is dan dat moslims intrinsiek anders zijn dan (andere) Nederlanders door hun cultuur en religie die zou verhinderen dat moslims zich kunnen of willen aanpassen. Bij de PVV zien we dat het idee van theologische culturalisering heel sterk is: wat moslims ook doen of zeggen, volgens de PVV interpretatie van de Koran is er maar één islam en die staat haaks op de Nederlandse cultuur.

Hiddema’s verhaal is anders: hij heeft het over ‘instincten, overtuigingen en meningen’ (ook hier de combinatie van ideeën over biologie en cultuur) die de cultuur van moslims ‘doordrenkt’. Het is een manier van denken over de cultuur van moslims die resoneert met hoe we in Europa al sinds de Middeleeuwen denken over verschillen tussen Europa en moslims ook al zijn moslims al sinds eeuwen onderdeel van Europa.

Verschillen benadrukken

Na de wereld in te delen in een homogeen blok van ‘onze’ cultuur (die zich vrijgemaakt zou hebben van religie) en ‘hun’ cultuur (doordrenkt met religie) en de gedragingen van mensen daaraan te koppelen, verbindt Hiddema vervolgens een oordeel aan die verschillen: wij zijn vrij, zij niet, hun cultuur past niet bij onze, hun cultuur hier bedreigt de onze. Het gaat hier om het idee van culturele dreiging, onverenigbaarheid en hiërarchie naar aanleiding van en gebaseerd op de koppeling tussen groepsdenken, cultuur en identiteit.

Het is een wat paradoxaal waardeoordeel: enerzijds zou onze cultuur superieur zijn ten opzichte van de cultuur van moslims, anderzijds leidt een (massale) instroom van moslims tot een aantasting van onze cultuur. Het is wel een idee dat zich uitstekend leent voor het mobiliseren van mensen (zoals Wilders liet zien met de #kominverzet slogan tegen de komst van asielzoekers) en het legitimeren van discriminerende acties tot aan geweld aan toe zoals Thierry Baudet deed toen hij het verzet van de mensen in Geldermalsen tegen een AZC kwalificeerde als ‘noodweer’.

Op deze manier gaat het raciale denken werken als een mengsel van politieke macht, groepsdenken, historisch gegroeide ideeën over culturele kenmerken en identiteit. Daarmee belanden we volop op het terrein van een racistisch betoog dat ook tot doel heeft aan te geven wat we met die heel andere groep moeten doen. Deportatie is geen optie voor Hiddema, met die groep die er is ‘daar moeten we het mee doen’.

Reductie tot stereotype

Dat Hiddema aangeeft op meer alledaags niveau geen problemen te hebben in de omgang met moslims en hun cultuur doet weinig af aan de racistische strekking van zijn betoog: het ene gaat om individuele interacties en het andere om groepsdenken (dat hij moslims verwijt, maar zelf dus ook vooral doet). Maar Hiddema wil dus een stop op of een minder van migratie uit moslimlanden. De individuele kenmerken van een persoon uit een dergelijk land doen er niet toe: hij of zij wordt gereduceerd tot het stereotype en de groep waartoe deze gerekend wordt.

En in feite doet het er niet eens toe of iemand moslim is. Immers, hoe is dat vast te stellen door het criterium van leefomgeving (zoals we dat ook in oude rassentheorieën zagen) te gebruiken? Het gevolg is dan dat ook christenen, Yezidis, atheïsten, Druzen en anderen de dupe kunnen worden van deze maatregelen. Zo werkt racisme: het doet er niet toe wat iemand is, maar hoe iemand gezien wordt en op basis van welke criteria. Het ter discussie stellen van of en hoe asielzoekers en migranten moeten worden opgevangen is niet per se racistisch, het weigeren van een specifieke groep op basis van een combinatie van groepsdenken, historisch gegroeide ideeën over culturele hiërarchie en identiteit, is dat wel.

Auteur: Martijn de Koning

  • 33
  •  
  •  
  •  
    33
    Shares

Meer van Nora